Nefriet

Het woord nefriet stamt af van “lapis nephriticus”  het Latijns/ Griekse woord voor niersteen.   De  Spaanse versie heet  “piedra de ijada” waar het woord Jade dan weer van afgeleid zou zijn.  In het Engels spreekt men over Nephrite.

* De steen behoort tot de Tremoliet-Actinoliet van de amfibolen, hij komt meer voor en is sterker dan Jadeïet.

* Het is een groene, groen-witte, groen-gele edelsteen. Deze kan gevlekt / gevlamd of gestreept zijn. Wanneer in de samenstelling het ijzer gehalte toeneemt in verhouding tot het magnesium dan kleurt de steen bruinig, andersom kleurt deze melkachtig.

* De bruine kleur wordt veroorzaakt door de oxidatie van het ijzer, dit “verweren” zien we meestal aan de buitenkant van een kei of bij breuken.

* Het kleurenspel van de steen wordt door kunstenaars / snijders gebruikt om dieptes en contrasten te accentueren.

*De steen is niet heel erg hard maar wel erg taai, dat komt door zijn vervilte structuur.

*Hij  heeft geen fluorescentie niet onder korte golf noch onder lange golf UV.

*Onder het Chelsea-filter is de steen groen.

*De steen wordt vaak geverfd en er worden doubletten van gemaakt.

*Insluitsels kunnen zijn: Chrysotiel, Epidoot, Hematiet, Mangaandioxide, Pyriet, Tremoliet.

Bij archeologische vondsten vindt men vaak een gelige / grijs-bruine variant, vermoedelijk komt dat door de invloed van de aarde. Door de grote archeologische waarde wordt deze helaas maar zelden ter determinatie aangeboden.