Edelopaal

Opaal wordt ‘edel’ genoemd als de steen in aparte domeinen de kleuren van de regenboog vertoont (= iridescentie), kleuren die bovendien wijzigen bij bewegen van de steen. Dit kleurenspel wordt veroorzaakt door diffractie van wit licht langs een regelmatige rangschikking van ronde deeltjes van eenzelfde, maar bepaalde grootte (tussen ~ 150 en 400 nanometer diameter). In de structuur van opaal-A (gevormd bij lage temperatuur, ca. 40-50°C) zijn die ronde deeltjes gelaagde bolletjes, en in opaal-CT (gevormd bij hogere temperatuur, tot ca. 170°C) lepispheren, ronde deeltjes gevormd door schubben. Veel nieuwe structurele en geochemische gegevens over opaal en edelopaal zijn vanaf 2008 gepubliceerd door Eloïse Gaillou (thans verbonden aan Ecole des Mines, Parijs) en haar mede-auteurs. Sinds einde 19de eeuw is Australië de grote leverancier van edelopaal, zelfs tot 95-97% van de wereldproductie. Maar vanaf ~ 1990 komt edelopaal ook in aanzienlijke hoeveelheden uit Ethiopië, met een kwaliteit vergelijkbaar aan die van de Australische opaal. Sinds 1997 is er een eenduidige gemmologische nomenclatuur voor edelopalen.